Welkom op Badminton-Wiki.nl

Badminton is een olympische sport die wordt gespeeld met een racket en een shuttle. De shuttle, die gemaakt kan zijn van nylon of van veren, wordt over een net heen en weer geslagen met de rackets. Badminton wordt in een zaal gespeeld, zodat er geen hinder van wind en andere weersomstandigheden is. Er wordt gespeeld in vijf verschillende disciplines.

In Aziatische landen (onder andere China, Vietnam, Indonesië en Maleisië) wordt badminton massaal gespeeld. Van de westerse landen zijn vooral Denemarken en Groot-Brittannië landen met aanzienlijke prestaties op het gebied van de badmintonsport. Badminton staat sinds 1992 op het programma van de Olympische Spelen. Daarvoor was het tweemaal een olympische demonstratiesport; in 1972 en 1988.

Nationaal erkende instanties van de badmintonsport zijn in Nederland: de Badminton Nederland (BN), en in België: de Belgische Badminton Federatie (Badminton Vlaanderen (BV) en Ligue Francophone Belge de Badminton (LFBB) samen). De hoogste internationale instantie is de Badminton World Federation (BWF) (Badminton Wereld Federatie), gezeteld in Kuala Lumpur, Maleisië.

Oorsprong

Er doen veel verschillende theorieën de ronde over het ontstaan van badminton, maar men gaat er algemeen vanuit dat badminton zijn oorsprong vindt in Brits-Indië. Er zijn afbeeldingen bekend van begin 19e eeuw waarin het spel battledore and shuttlecock gespeeld wordt. Tevens is bekend dat het spel sterke overeenkomsten vertoont met ball badminton, afkomstig uit Tamil Nadu, en met hanetsuki, afkomstig uit Japan. De Britse soldaten speelden badminton in Brits-Indië. Daar werd het echter poona genoemd naar de gelijknamige stad Poona. Later kwam het over naar Engeland, in 1873 werd het beoefend op het landgoed van de Hertog van Beaufort, Badminton.

Een bekende Amerikaanse badmintonautoriteit, Ken Davidson, verdiepte zich in de geschiedenis van het badminton. Er zijn verschillende schilderijen van Engelse en Franse afkomst waaruit hij kon afleiden dat er al eerder een soort gelijk spel is gespeeld in Europa. Deze spellen stonden onder verschillende namen bekend. De Franse naam was jeu de longue plume (spel van de lange pluim). Vanaf 1873 wordt het spel algemeen badminton genoemd.

Algemene Spelregels

Een partij badminton bestaat uit 2 of 3 games van 21 punten. Er zijn verlengingen bij 20-20: er wordt gespeeld tot er 2 punten verschil zijn of, indien dit niet gebeurt, speelt men tot en met 30 punten. Het spel kan dus eindigen met een maximum van 29 tegen 30 punten. Wie twee games wint, is de winnaar van de partij. Als het 1-1 is, wordt er een derde en beslissende game gespeeld.

Het badmintonveld wordt in tweeën gedeeld door een net op 1,55 meter hoogte bij de staander. In het midden mag het net niet lager hangen dan 1,524 meter. Het net zelf moet 0,76 meter hoog zijn. De touwen waarvan het net gemaakt is moeten donker van kleur zijn en van gelijkmatige dikte. De maaswijdte mag variëren van 15 tot 20 millimeter. Het net moet minimaal 6,1 meter lang zijn en een witte boord hebben bovenaan van 75 millimeter die is omgeslagen over de kabel waar het net op hangt. De lijnen die het veld markeren moeten 40 millimeter dik zijn.

Er wordt onderhands geserveerd naar het veld schuin tegenover het vak van waaruit wordt geserveerd. Hierbij mag (op het moment van raken van de shuttle) het blad van het racket niet boven de middel van de serveerder bevinden. “De middel” is in dit verband een denkbeeldige lijn rond het lichaam van de serveerder, lopend over het laagste punt van beide onderste ribben. Tevens moet de service met één vloeiende beweging geslagen worden. De shuttle wordt over het net heen en weer geslagen (een rally). Zodra de shuttle op de grond komt, wordt het spel gestopt. Afhankelijk van of de shuttle binnen/op de lijnen (in) of buiten de lijnen (uit) valt wordt beoordeeld hoe het spel doorgaat. Als de shuttle op de grond komt door een fout van de serverende partij, wordt de service aan de andere partij overgedragen en krijgt die partij een punt. Als de fout gemaakt is door de tegenpartij, krijgt de serverende partij een punt en blijft hij aan de opslag.

Nieuwe Puntenscore Vanaf 2006

Sinds 1 februari 2006 werd er echter geëxperimenteerd met een nieuwe puntentelling om het spel aantrekkelijker te maken voor het publiek. In de lente van 2006 werd besloten dit nieuwe rally-point-systeem officieel in te voeren vanaf het badmintonseizoen dat begint in augustus 2006. Tot nu toe kon men alleen punten maken op de eigen service en was er een onderscheid tussen dames en heren (damestelling tot en met 11 punten, herentelling tot en met 15 punten). In de nieuwe puntentelling wordt dit onderscheid niet meer gemaakt; dames en heren zijn gelijkwaardig. De telling gaat voor beide seksen tot en met 21 punten per game;

Staan beide spelers op 20 punten dan komt er automatisch een verlenging, tot een van beiden 2 punten achter elkaar maakt. Echter, om de tijdsduur van een wedstrijd enigszins in de perken te houden, is er besloten om hieraan een maximum van 29 punten te verbinden. Staan beide spelers op 29 punten, dan zal het eerstvolgende punt beslissend zijn voor de winst van de set of wedstrijd. Er wordt nog steeds best out of three games gespeeld.

Een ander groot verschil is dat het rally-pointsysteem er voor zorgt dat een speler niet alleen punten kan maken op zijn eigen service, maar ook op die van zijn tegenspeler. Grote evenementen werden al volgens het nieuwe systeem gespeeld in het seizoen 2005-2006, bijvoorbeeld de Dutch open (winnares Mia Audina vertelde dat dit nieuwe systeem erg zwaar is, vooral voor de mentale gesteldheid).

Fouten

Badminton kent de volgende fouten:

  • ▪ Een speler slaat de shuttle buiten de lijnen (uit)
  • ▪ Een speler slaat de shuttle in het net
  • ▪ Een speler raakt de shuttle meer dan één keer (echter geen fout als de shuttle in 1 slag zowel met het blad als met de bespanning wordt geraakt.)
  • ▪ Een speler raakt de shuttle met zijn lichaam wanneer de shuttle in het spel is.
  • ▪ Een speler raakt het net aan, voor de shuttle op de grond gevallen is (behalve als de opponent de shuttle aan zijn kant de shuttle tegen het net heeft geslagen en aan zijn kant naar beneden valt.)
  • ▪ Een speler slaat de shuttle terug voor die boven het eigen veld is
  • ▪ Een speler staat op een lijn bij het serveren (voetfout)
  • ▪ Een speler slaat de service in het verkeerde vak
  • ▪ Bovenhands opslaan
    • ▪ Een speler serveert en de shuttle bevindt zich op het moment van raken niet geheel onder het middel, onder het middel betekent hier, onder de onderste rib
    • ▪ Een speler serveert en tijdens het raken van de shuttle dient de steel van het racket enigszins naar beneden te wijzen, horizontaal mag niet
  • ▪ De shuttle raakt tijdens een rally niet tot het speelveld behorende objecten (plafond, palen links/rechts van het speelveld)
  • ▪ Een speler slaat tegen het net met zijn/haar racket op het moment dat de shuttle in het spel is.

Let

Een scheidsrechter kan tijdens of als de rally afgelopen is besluiten een let te spelen, dit betekent dat de puntentelling die voor de rally was gehandhaafd blijft en dat de rally opnieuw gespeeld wordt.

Er wordt een let gespeeld bij de onderstaande situaties:

  • ▪ De scheidsrechter kan niet goed beoordelen of de shuttle binnen of buiten de lijnen valt.
  • ▪ Het niet zeker was of de ontvangende partij klaarstond om te beginnen aan de volgende rally.
  • ▪ De shuttle tijdens het spel buiten het zicht is geraakt (bijvoorbeeld over een draagbalk van de sportzaal heen is gespeeld)
  • ▪ De shuttle over het net rolt en langs het net naar beneden valt en belandt op de speelhelft van de speler die de shuttle het laatst heeft geslagen
  • ▪ Naar de mening van de scheidsrechter een coach het spel verstoort.

Technieken

De slagtechniek bij badminton kan je onderverdelen in twee categorieën: de rotatieslagen en de extensieslagen. Bij de eerste, de rotatieslagen, wordt een rotatie van de onderarm gebruikt (de pols blijft in theorie gestrekt). Deze beweging wordt in badminton ook wel eens de ruitenwisser genoemd. Bij de tweede, de extensieslagen, gebruikt men geen rotatie, men duwt de shuttle als het ware over het net. Belangrijk bij extensie is dat de racket onmiddellijk na het raken van de shuttle stopt en terug gaat naar de plaats waar de slag is vertrokken, slagen worden niet afgemaakt.

De Grip (Shake Hands Grip)

Technische aanwijzingen

  • ▪ Geef het racket 'een hand'
  • ▪ Houd de smalle kant van de grip tussen duim en wijsvinger vast
  • ▪ Draai het racket naar rechts (rechtshandigen): je duim zit boven en het racketblad is plat
  • ▪ De backhandgrip: draai het racket in je hand iets naar rechts, en duw met je duim op de brede kant van de grip

Service

De service is een van de meest verschillende badminton slag. Naast dat deze aan verschillende regels moet voldoen, slaat iedere speler de service op een andere manier. Er zijn twee verschillende soorten service, de forehandservice en de backhandservice. De backhandvariant wordt vaak pas vanaf latere leeftijd gebruikt omdat de jonge spelers de techniek vaak onvoldoende onder de knie krijgen en zo de service dus niet kunnen afwisselen. Daar in tegen wordt de forehand variant door de meeste spelers vanaf het begin gebruikt. De service wordt meestal gezien als een aanvallende slag.

Forehandservice

Bij de forehandservice wordt de shuttle via een onderhandse slag naar voren geslagen om de shuttle zodoende in het serveervak van de tegenstander te slaan. Deze service is voor de meeste beginnende leden goed uit te voeren omdat er veel slag ruimte is wat er voor zorgt dat er veel mogelijkheid is om kracht achter de service te zetten.

Backhandservice

De backhandservice wordt voor het lichaam gedaan, het racket wordt met een backhandgreep voor het lichaam gehouden om zodoende de shuttle te serveren. De techniek is erg moeilijk omdat er weinig bewegingsruimte is en dus er voor de beginnende badminton speler geen mogelijkheid is om kracht te kunnen zetten. Dit zorgt er voor dat de shuttle niet achterin kan komen.

Lob

Doel van de slag: De shuttle met een onderhandse slag hoog en diep in het achterveld slaan, om de tegenstander zo ver mogelijk achter in het veld te krijgen.

Technische Aanwijzingen

  • ▪ Voetenstand rechts voor/links achter
  • ▪ Zwaai het racket van achter laag naar voren hoog door
  • ▪ Wijs de shuttle met je racket na
  • ▪ Het raakpunt zo hoog mogelijk bij de netrand
  • ▪ Houd ongeveer 2 meter ruimte tussen je lichaam en het net

Clear

Een slag die ver en hoog op het terrein van de tegenstander wordt geslagen. Het is in eerste instantie een verdedigende slag die ons zelf de tijd c.q. gelegenheid verschaft onze positie op de baan weer in te nemen. Ook de backhanduitvoering dient aangeleerd te worden, al is die niet eenvoudig.

Forehand-Clear

Bovenhandse slag in het achterveld van de tegenstander, handpalm naar het net gericht.

  • 1. Een rechtshandige staat met links voor (een linkshandige andersom)
  • 2. Breng het racket naar achteren. Wijs met de andere hand naar de shuttle
  • 3. Raak de shuttle hoog met gestrekte arm. Zwaai het racket door

Backhand-Clear

Bovenhandse slag in het achterveld van de tegenstander, handrug naar het net gericht.

  • 1. Een rechtshandige staat met rechtsvoor (een linkshandige andersom)
  • 2. Breng het racket naar achteren. Buig je elleboog en pols
  • 3. Raak de shuttle hoog, met gestrekte arm

Dropshot

Doel van de slag: de shuttle met een bovenhandse slag zacht en zo kort mogelijk over het net slaan om de tegenstander zo ver mogelijk naar voren te krijgen.

Technische Aanwijzingen

  • ▪ Voetenstand links voor/rechts achter
  • ▪ Strek de slagarm van gebogen achter de rug tot gestrekt boven de rechterschouder, zwaai rustig door en daarna kruiselings naar beneden
  • ▪ Het raakpunt boven de rechterschouder

Smash

Slag naar de grond. Een slag waarmee een opgezette aanval afgemaakt wordt. De tegenstander wordt gedwongen een hoge shuttle te slaan waarna de shuttle langs de kortste weg naar beneden, hard afgeslagen wordt.

  • 1. Een rechtshandige staat met de linkervoet voor (een linkshandige andersom)
  • 2. Breng het racket achter de rug. Wijs met je andere hand naar de shuttle
  • 3. Raak de shuttle met een gestrekte arm voor je en sla hem naar de grond

Dab

Doel van de slag: de shuttle vanaf het net (kort spel) steil en snel op de grond van de tegenstander slaan.

Technische Aanwijzingen

  • ▪ Voetenstand rechtsvoor/links achter
  • ▪ Begin van achter de servicelijn en stap met twee stappen naar het net toe (links-rechts)
  • ▪ Beweeg de slagarm van voor de rechter schouder met een korte polsbeweging naar beneden (aftikbeweging)
  • ▪ Raakpunt ver voor de speler uit/zo hoog mogelijk boven de netrand

Voetenwerk

Alles begint bij hoe je over de baan beweegt. Goed voetenwerk zorgt ervoor dat je sneller naar de shuttle toe kan en dus meer tijd hebt om:

  • 1. Goed in positie te komen én
  • 2. De shuttle te slaan én
  • 3. Te bepalen waar de shuttle naar toe moet

Goed voetenwerk kan je aanleren, maar het kost training om niet meer te hoeven na te denken over het lopen zelf. Eenmaal dat stadium bereikt, dan 'vlieg' je over de baan.

Het Voetenwerk in Essentie

  • 1. Altijd beginnen met een Split step
  • 2. Naar voren bewegen met een Uitvalspas. Als je een iets grotere afstand naar voren moet afleggen, plaats je er een Chassé-pas tussen.
  • 3. Naar achteren doe je met een Achterdraai. Als je een grotere afstand moet afleggen, plaats je er dezelfde Chassé-passen tussen of de iets snellere Kruispas. En dan heb je nog die speciale slag: Around the head, waarmee je een uitvalspas aan backhandzijde achterin kan voorkomen.

Split Step

De startbeweging bij elke slag vanuit de basispositie en basishouding: een sprongetje met benen enigszins gespreid.

Door de split step span je je beenspieren aan en dit geeft een significante versnelling van je reactie op een slag van de tegenstander. Je komt meteen in een actieve basishouding en probeer die tijdens het lopen min of meer vast te houden: dat wil zeggen je lichaam laag houden, dus met gebogen knieën (dit geeft je snelheid) en je bovenlichaam iets voorover (dit geeft je balans).

Uitvalspas

De grote laatste stap met het rechterbeen naar voren. Essentieel is dat de voet recht t.o.v. de loopbeweging is, dit voorkomt knie- en enkelblessures.

Achterdraai

Je zet je rechterbeen naar achter en draait je lichaam zo dat je schouders in lijn komen met de slagrichting. Meteen met de inzet van de draai gaat je racketarm omhoog en ook je balansarm. Om te slaan buig je door je rechterbeen en je strekt die meteen weer. Tijdens de slag breng je je lichaamsgewicht over naar je andere been en je lichaam gaat dus met de slag mee naar voren. Je rechterbeen volgt je lichaam en gaat dus ook naar voren (je stapt naar voren). Als je daarbij de shuttle erg hoog wilt raken, kan het gebeuren dat je springt en daardoor vindt die stap in de lucht plaats: de 'wisselopsprong' heet dat.

Chassé-Pas

Zijwaartse beweging, waarbij de voeten elkaar niet inhalen. Voordelen zijn stabiliteit, flexibiliteit en sprongkracht (met twee benen afzetten).

Tips

  • ▪ Voeten níet laten aansluiten, omdat je dan je grondvlak groot maakt én het zwaartepunt van je lichaam laag houdt. Dat verhoogt de stabiliteit en geeft minder weerstand.
  • ▪ Met gebogen knieën, zodat je laag blijft, ook weer voor betere stabiliteit, grotere flexibiliteit en meer sprongkracht.

Kruispas

Een zijwaartse beweging waarbij de ene voet voorbij de andere gaat. Vergeleken met de chassé stelt de kruispas je in staat sneller een grotere afstand (want in minder stappen) af te leggen. Met name richting het achterveld (bv. de forehand clear) gebruik je de kruispas achterlangs.

Around The Head

Als je op de backhand achterin een shuttle krijgt is de uitvalspas nog wel te doen, maar lang niet zo krachtig als de achterdraai met Chassé, die je aan de forehandkant vrij makkelijk kan uitvoeren. Het kán ook naar de backhandkant. Dat vereist de nodige lenigheid, omdat op het moment van slaan je met een forehandslag de shuttle wegslaat aan de backhandkant van je lichaam.

Tactieken

Heb je een 'plan van aanpak' dan moet je het ook nog uitvoeren. Zoals altijd zal de werkelijkheid anders zijn dan de theorie. Immers de tegenstander speelt mee en heeft zijn eigen 'plan van aanpak'.

Het is dus zaak te zoeken naar de zwakke plek van de tegenstander en deze zo snel mogelijk te vinden.

Door in de eerste slagenwisseling van een partij zeer gevarieerd te spelen kom je er meestal snel achter waar de sterke en waar de zwakke punten van de tegenstander te vinden zijn. Een zwak punt kan de drop zijn, maar ook de backhand. Door daarna steeds gevarieerd te spelen en te eindigen met bijvoorbeeld de drop, komen de punten als vanzelf binnen. Diepe service op de backhand, gevolgd door een clear op de backhand waarna een diagonale drop moet volgen. Heeft dit allemaal geen gevolg dan moet er meer drive worden gespeeld gevolgd door een drop.

Ook heel aardig is het gebruiken van schijnbewegingen. Een schijnbeweging is een zeer geducht wapen, maar niet te verwarren met de 'bedelde' slag. Een schijnbeweging is in feite een beweging in gang zetten voor een bepaalde slag, bijvoorbeeld een clear en vervolgens een drop staan. Een bedekte slag is echter de slagbeweging zo laat mogelijk en zoveel mogelijk vanuit de pols doen. De tegenstander kan dan niet aan de lichaamstaal zien wat voor slag te verwachten is en welk been hij moet gaan staan. De reactie komt dus later.

Het aardige van badminton is echter dat een slagenwisseling niet te voorspellen is. Je slagen moeten in de eerste plaats natuurlijk altijd goed uitgevoerd zijn, en zelfs dan nog is niet te voorspellen wat de tegenstander doet. Bij een teamsport kan de tegenstander van de bal gehouden worden, bij badminton is zoiets niet mogelijk. De tegenstander bepaalt voor een groot deel de ontwikkeling van de slagenwisseling afhankelijk van het repertoire aan slagen en de uitvoering van die slagen. Je zal je eigen spel moeten ontwikkelen met het slagenrepertoire dat je hebt. De wedstrijdtactiek leer je het best door tegen sterke tegenstanders te spelen en die te proberen uit te spelen. Verliezen van een sterkere tegenstander is niet erg, het winnen van een aantal punten op eigen kracht en door eigen tactiek is een groot genot.

Dubbel

Tactiek Van Het Dubbelspel

De juiste tactiek voor het dubbelspel is afhankelijk van de speelmogelijkheden en de samenwerking van de partners. Doordat het serveervak bij het dubbelspel zo’n 75 cm korter is en iedere speler een veel kleiner stuk veld heeft af te dekken in vergelijking met het enkelspel, zijn vrijwel alleen de zeer harde en rechte slagen succesvol. Een goede tactiek moet de sterke punten van beide partners benutten en de zwakke punten camoufleren. Loopgedrag en positiespel moeten optimaal op elkaar zijn afgestemd. Beide spelers moeten weten welke taak ze te vervullen hebben in elke situatie. Belangrijk: prijs je partner zo veel mogelijk en moedig hem of haar aan, ook als hij of zij fouten heeft gemaakt.

Dubbeltactiek Voor Recreatieve Spelers

Beginners met matige technische vaardigheden kunnen de dubbeltactiek het beste tot een minimum beperken. Principe: verdeel de af te dekken delen van het veld.

Voordelen Van Het Spel Naast Elkaar

  • ▪ Duidelijke taakverdeling
  • ▪ Gunstige positie bij de verdediging, omdat bij smashes de hele breedte van het veld is afgedekt

Nadelen Van Het Spel Naast Elkaar

  • ▪ Zwakke spelers kunnen vaak aan- of uitgespeeld worden zonder dat de partner te hulp kan komen
  • ▪ Ongunstige positie als de partner wordt aan gevallen, omdat de return nauwelijks boven de netband kan worden opgenomen

Voordelen Van Het Spel Voor & Achter

  • ▪ Duidelijke taakverdeling
  • ▪ De zwakste speler dekt een kleiner veld
  • ▪ Bij de aanval kan een slechte return door de netspeler gemakkelijk van boven naar beneden worden geslagen met een dab

Nadelen Van Het Spel Voor & Achter

  • ▪ Bij een aanval van de tegenstander heeft de netspeler nauwelijks tijd om te reageren
  • ▪ Het zicht van de achterspeler wordt door de partner belemmerd

Dubbeltactiek Voor Wedstrijdspelers

Bij het moderne dubbelspel nemen de spelers tijden de aanval de positie voor en achter elkaar in (aanvalspositie) en bij de verdediging de positie naast elkaar (verdedigingspositie). Alleen bij goed op elkaar ingespeelde partners vindt de snelle overgang van aanval naar verdediging of omgekeerd plaats zonder moeilijkheden.

Tips:

  • ▪ Als de partner een hoge shuttle krijgt aangespeeld achterin: neem dan de aanvalspositie aan.
  • ▪ Krijgt de tegenstander een hoge shuttle aangespeeld: neem dan de verdedigingspositie aan.
  • ▪ Bij het wisselen van de ene positie naar de andere: altijd de kortste weg lopen.

1. Service & Opvang Van De Service

Bij de service nemen de serverende en opvangende partij steeds de aanvalspositie in. Beide paren proberen meteen in de aanval te gaan en de tegenstander in de verdediging te dwingen.

Kernpunten Voor De Serverende Partij

  • ▪ Begin in principe met de korte service.
  • ▪ Gebruik ook varianten (flickservice, vlakke/verre service).

Kernpunten Voor De Ontvangende Partij

  • ▪ Vang de korte service zo mogelijk boven de netband op.
  • ▪ Wees bedacht op servicevarianten.

2. Spel In De Aanvalspositie

Principes

  • ▪ Speel de shuttle indien mogelijk niet hoog terug.
  • ▪ Netspeler: houd het racket hoog.
  • ▪ Vermijd diagonale smashes.

Doel van de smash: het midden tussen de tegenstanders of op het lichaam van een van de tegenstanders. Smash op de speler met de zwakste verdediging. Ook dropshots zijn aanvalsslagen.

3. Spel In De Verdedigingspositie

Principes

  • ▪ Vang de shuttle zo vroeg mogelijk op.
  • ▪ Ga bij de verdediging niet te ver van het net weg.
  • ▪ Speel vlak en scherp terug.
  • ▪ Verdedig agressief.
  • ▪ Neem indien mogelijk zelf de aanval over.
  • ▪ Speel niet binnen de reikwijdte van de netspeler van de tegenstander.
  • ▪ Speel niet hoog terug.

Enkel

Tactiek Van Het Enkelspel

Het enkelspel heeft zijn specifieke manier van spelen. Het is geen eenvoudig spel en de speler moet dikwijls zijn mentale en fysieke kwaliteiten op de proef stellen.

Een aantal basisregels die men steeds in gedachten moet houden zijn:

  • ▪ Probeer steeds, na elke slag, naar het middelpunt van je veld terug te keren. Vanaf het middelpunt is het gemakkelijker om een bepaalde hoek van het veld te bereiken.

  • ▪ Het veld is langer dan het breed is: speel bij voorbaat over de lengte van het spel. Hierdoor drijf je je tegenstander weg van het middelpunt. Het is eveneens gemakkelijker punten te scoren als je tegenstander vermoeid wordt. Zelfs een fitte tegenstander geraakt lichtjes vermoeid van een lange rally.

  • ▪ Geef meer clears dan drops. Een reeks van aanvallende clears is zeer vermoeiend. Dit kan van doorslaggevend belang zijn voor de wedstrijd als jou uithoudingsvermogen groter is dan die van je tegenstander.

  • ▪ Speel de shuttle niet binnen de reikwijdte van je tegenstander. Ook hier zorgt een slimme afwisseling van clears, drops en netdrops, dat je tegenstander uit balans geraakt.

  • ▪ Geef bij voorkeur een hoge service, die de tegenstander naar de achterlijn moet drijven. Hierdoor is je tegenstander onmiddellijk verwijderd van het centraal gedeelte van het veld.

  • ▪ Om een wedstrijd te winnen moet je fit zijn, geconcentreerd, goede clears en drops slaan, zodanig dat je tegenstander uit evenwicht is en niet meer in staat is de shuttle nog correct terug te slaan. Een dergelijke niet correct terug geslagen shuttle kan dan afgestraft worden met een harde smash.

  • ▪ Observeer je tegenstander. Ga na waar zijn sterke en zwakke punten liggen. Veel spelers hebben bijvoorbeeld een slechte backhand. Een diep geslagen shuttle naar de backhand van je tegenspeler kan resulteren in een slecht teruggeslagen shuttle.

  • ▪ Een tekort aan concentratie kan gemakkelijk zorgen voor een verlies aan punten. En een verlies aan punten in een korte tijd kan zorgen voor frustraties en nog meer verlies aan punten.

Gemengd Dubbel

Tactiek Van Het Gemengd Dubbelspel

Over het algemeen zijn dames qua bouw zwakker dan hun mannelijke partners. Bovendien zijn dames vaak minder sterk dan heren.

Het gemengde dubbel kan daarom het beste in de volgende opstelling worden gespeeld:

Dame Voor, Heer Achter

Als de partners ongeveer even sterk spelen, kan een ‘normale’ dubbeltactiek worden gebruikt.

1. Service & Opvang Van De Service

  • ▪ Bij de service van de heer staat de dame links van de heer bij de voorste servicelijn.
  • ▪ Als de heer de service ontvangt, staat zij ook links voor hem.
  • ▪ Bij de service of de overname van de dame staat de heer iets verder naar achteren dan bij de dubbeltactiek voor gevorderden.

Tip: als de heer de shuttle opvangt: korte service. Kies als de dame opvangt vaker flickservice of vlakke/verre service.

2. Verdediging In Het Gemengd Dubbelspel

  • ▪ Om de genoemde nadelen van de positie voor en achter elkaar te voorkomen, nemen de partners bij een aanval van de tegenstander een zijdelings verplaatste positie in.
  • ▪ De dame staat achter de voorste servicelijn diagonaal ten opzichte van de aanvallende heer.
  • ▪ Zij staat daardoor verder van de aanvaller en heeft meer tijd voor de verdediging (blad van het racket op hoofdhoogte voor het lichaam, knieën gebogen).
  • ▪ De heer heeft in deze positie vrij zicht, maar moet echter ook een bereik voor aan het net afdekken en zeer dynamisch spelen.

Videos - Tips

Videos - How-To

Videos - Wedstrijden

Videos - Trucjes